
Drie beweringen uit het Radio 1-debat Waar; 
NRC.NEXT
5 september 2012 woensdag
Section: Op de hoogte
 Laura Wismans, Freek Schravesande & Wilmer Heck
De lijsttrekkers zijn deze dagen niet weg te slaan van radio en televisie. Maandag was het de beurt aan Radio 1, waar elf lijsttrekkers in de studio plaatsnamen voor een debat. De lijsttrekkers deden minder stellige beweringen dan aan het begin van de campagne. En na een blik op ons lijstje checkbare uitspraken leek het dat er minder onwaarheden werden verkondigd. Next.checkt keek naar drie beweringen.
,,Neelie Kroes verdient 25.000 euro per maand, dat krijgt een AOW-er in geen twee jaar"
De ,,Europese zakkenvullers" zijn Geert Wilders (PVV) een doorn in het oog. In de campagne begint hij er regelmatig over. Op Radio 1 maakte hij een vergelijking met AOW-ers: ,,Neelie Kroes verdient 25.000 euro per maand, dat krijgt een AOW-er in geen twee jaar."
Verdient Neelie Kroes inderdaad 25.000 euro per maand? En wat krijgt een alleenstaande AOW-er?
Neelie Kroes is eurocommissaris en een van de zeven vicevoorzitters van de Europese Commissie. Zij ontvangt hiervoor een salaris van 125 procent van het salaris van de best verdienende EU-ambtenaar, dat is vastgesteld op 18.370,84 euro bruto. Kroes heeft dus een basissalaris van 1,25 x 18.370,84 is 22.964 euro bruto.
Hiernaast ontvangt zij een woonvergoeding die 15 procent van het inkomen bedraagt, voor Kroes dus 3.440 euro per maand, en een representatievergoeding van maandelijks 911 euro. Dat brengt het totale inkomen van Kroes vanuit de Europese Unie op 27.315 euro. Dat is zelfs meer dan de 25.000 euro die Wilders noemde. Reiskostenvergoedingen zijn hier niet in meegenomen.
Een alleenstaande 65-plusser ontvangt 1.051,98 euro bruto per maand (exclusief vakantietoeslag). Dat is 1/26e van het maandelijkse salaris van Kroes. Oftewel: een AOW-er krijgt in 26 maanden, ruim twee jaar, het bedrag dat Kroes in 1 maand verdient.
Kroes is met haar 71 jaar en woonplaats in Nederland overigens zelf ook AOW-gerechtigd. Dat maakt het inkomen van Kroes maandelijks nog 1051,98 hoger.
Wilders was zelfs nog voorzichtig in zijn bewering dat Kroes 25.000 euro per maand verdient en dat een AOW-er dat in geen twee jaar krijgt. Wij beoordelen de bewering dan ook als waar.
,,Flexibiliteit verlaagt de arbeidsproductiviteit."
'Handen af van het ontslagrecht' was een stelling die Emile Roemer verdedigde in het radiodebat. De SP-leider constateert dat jongeren ,,jobhoppers" zijn geworden omdat de overheid het werken ,,flex flex flex" maakt. Ook voor de economie is dat volgens hem niet goed, want ,,daarmee verlaag je de productiviteit". Is dat zo?
Op het gebied van ontslagrecht of tijdelijke contracten is de Nederlandse arbeidsmarkt niet uitgesproken 'flexibel' of 'rigide'. In een vergelijking tussen twintig OESO-landen scoort Nederland gemiddeld. Dat blijkt onder meer uit onderzoek van Servaas Storm, die aan de TU Delft arbeidsverhoudingen bestudeert. Zo zijn werknemers in Groot-Brittannië en de VS relatief slecht beschermd en in Duitsland en Zuid-Europese landen juist goed.
Over de effecten van 'flexibilisering' bestaan vele onderzoeken met lang niet allemaal dezelfde uitkomst. Maar een eerlijke conclusie, zegt Storm, is dat acht van de tien studies laten zien dat flexibele arbeidsverhoudingen een negatief effect hebben op productiviteit en innovatie. Dat geldt voor studies op zowel landen- en sector- als bedrijfsniveau.
Zo blijkt dat werknemers met korte contracten vooral zullen investeren in algemene vaardigheden om aantrekkelijk te blijven voor andere bedrijven. Ze zullen minder energie steken in bedrijfsspecifieke vaardigheden. ,,Werk je bij McDonalds, dan is dat niet zo'n probleem", zegt Storm. ,,Maar is het productieproces ingewikkelder, en dus de inwerktijd langer, dan loont het om de werknemer een vast contract te geven. Die gaat dan beter zijn best doen."
Ook het sociale aspect van de werkrelatie is van belang. Hoe wordt de werknemer gewaardeerd? Wordt de werknemer waargenomen? Hoe is de beloningsverhouding ten opzichte van anderen (de zogenaamde fairness-factor)? Al deze factoren spelen een rol in de betrokkenheid van de werknemer bij het bedrijf, de mate waarin hij zich inspant en daarmee de productiviteit.
Natuurlijk kan flexibilisering de productiviteit ook gunstig bevorderen, zegt Storm. Zo kan het zijn dat werknemers in vaste dienst niet altijd hard werken terwijl mensen in tijdelijke dienst soms extra hun best doen om een vast contract te verdienen. Maar tel je alle effecten bij elkaar op, dan blijkt toch uit de meeste studies dat het effect van flexibilisering op de arbeidsproductiviteit negatief is. Next.checkt beoordeelt de stelling daarom als waar.
,,Het relatieve aandeel van kleine partijen neemt toe."
Hoe belangrijk zijn die kleine partijen nu helemaal, werd SGP-leider Kees van der Staaij gevraagd. Die wees er vervolgens op dat de kleine partijen eigenlijk steeds groter worden. Relatief gezien dan. ,,Toen ik als SGP'er begon, was de grootste partij ongeveer dertig keer zo groot. Tegenwoordig is de grootste partij maar nauwelijks vijftien keer zo groot", zei Van der Staaij. ,,Dus het relatieve aandeel van kleine partijen stijgt. Het is niet meer zo dat een paar grote partijen de dienst kunnen uitmaken. Voor meerderheden zijn vaak ook kleine partijen nodig."
Van der Staaij begon als Kamerlid in 1998. De SGP behaalde toen drie Kamerzetels. In dat jaar was de PvdA de grootste, met 45 zetels. De grootste partij was destijds dus vijftien keer zo groot als de SGP. Van der Staaij overdreef dus nogal met zijn dertig keer zo groot. Maar het is wel zo dat het relatieve gewicht van een kleine partij als de SGP al sinds begin jaren negentig groeit.
Waar de drie grootste partijen in de jaren '80 samen gemiddeld 126 zetels haalden, waren dat er in de jaren '90 nog maar 107. In het nieuwe millennium slonk dat aantal naar gemiddeld 97,75 zetels. In verhouding tot de drie grootste partijen nam de omvang van een kleine partij als de SGP, die doorgaans twee of drie zetels behaalt, dus toe.
Zo kon de ChristenUnie het kabinet Balkenende IV (CDA, PvdA en CU) in 2007 met zes zetels aan een parlementaire meerderheid helpen. Als de SGP bij de laatste verkiezingen drie zetels had behaald (het waren er twee), dan was de partij nog 'maar' 10,3 keer kleiner geweest dan de grootste partij (de VVD met 31 zetels). De bewering dat het relatieve aandeel van kleine partijen toeneemt beoordelen we dan ook als waar.
Geert Wilders, Emile Roemer en Kees van der Staaij maandag in het Radio 1 lijsttrekkersdebat
